nieuw verbond

27 02 2011

Introductie

“The prophets and their messages also seemed to be understandable as functioning within the theological frame of covenant thought even if the prophets were not actually covenant mediators themselves” (Hayes & Prushner, Old Testament Theology, p. 258)

Het lemma van het woord berit komt in het gehele Oude Testament regelmatig voor. Ondanks dat berit geen centraal onderwerp van het Oude Testament is, speelt het toch een belangrijke rol in een aantal discussies van het Oude Testament.  Het gaat bijvoorbeeld om de  belofte van de redding, het koninkrijk, enz.  Daardoor is het geen wonder dat in het huidige decennium dit onderwerp serieus door theologen besproken wordt. Het is zowel het enige thema als een ingevoegd thema. [1]

De betekenis  en het belang van berit wordt niet alleen gedomineerd door  het historische onderwerp maar is tevens het ethische, missiologische[2] en theologische onderwerp.

Dit essay zou in Jeremia 31:31-34 gecentraliseerd kunnen worden.  Onder het onderwerp “Het nieuwe verbond” wil ik de fundamentele kwesties daarvan proberen te beschrijven. Ik zal o.a. het karakter, de bekrachtiging, de ontwikkeling et cetera van dit verbond proberen te beschrijven.  Op basis van deze inhoud ga ik van een veronderstelling uit: “Het nieuwe verbond is de consummatie van het verbond waardoor de HEER het verbond gesloten heeft” (Jer 31:31-32).  De aanpak hiervoor is een combinatie tussen de descriptive en normatieve wijze.

Begrip

Er zijn verschillende betekenisaspecten van het Hebreeuwse woord berit.  Namelijk: toezegging, verplichting, overeenkomst en verdrag.  Er zijn twee belangrijke betekenissen geworteld in het Akkadisch. Hun verhouding is zeer opvallend. [3] De eerste is een “verplichting”. [4] Volgens Kwakkel betekent verplichting[5] zowel de toezegging, de belofte als het gebod.  De tweede is een “relatie”. De andere visie is van Martin Noth, zoals die door McConville geciteerd wordt.  Volgens Noth betekent het woord berit “tussen”.[6] Door deze drie pricipiële betekenissen zou het woord berit een relatie zijn waarop beide partijen (de initiatiefnemer en de uitvoerder) bouwen aan een wederzijdse verplichting om het verbond te bewaren. Er wordt in de Bijbel gezegd dat de HEER een relatie heeft met Zijn uitverkoren figuren c.q. Noach, Abraham, Mozes en David.  En ze krijgen de opdracht om die relatie niet alleen te realiseren maar ook goed te bewaren.

Jeremia 30-32

In de context van het boek Jeremia had Juda te maken met tegenspoed. Babel was begonnen met de verovering van Juda en kort daarna werd dit gevolgd door de verwoesting van Jeruzalem in 586 v. Chr. Op dat moment regeerde koning Zedekia, hij was de laatste koning van de Davidische dynastie. De Judeërs werden dus naar Babylonië gebracht. Volgens Vriezen en van der Woude is Jeremia getuige van die ballingschap geweest.[7] Jeremia 31 is één van de hoofdstukken die ‘de boeken van troost’ (Jer. 30-32) genoemd worden..[8] Qua inhoud zijn deze drie hoofdstukken in overeensteming met elkaar. Ze presenteren de belofte over het herstel van zowel het Noordelijke rijk als van het Zuidelijke rijk na de ballingschap.[9]

Dit verbond gesloten is volgens Holladay gesloten in de hersft van 587 v. Chr., toen Deuteronomium weer werd gelezen. Worden daarbij woorden van Jeremia gebruikt? Holloday is er van overtuigd dat Jeremia 31:31-34 woorden van Jeremia zelf waren. Dat gebeurde kort nadat de ‘boekrol van troost’ werd gelezen, dit herinnert aan de schrijfstijl van Deuteronomium.  Als dit de context is, dan is dit ten volle de visie en het verbazingwekkende initiatief van Jahweh.[10]

1. Het karakter van het nieuwe verbond

Het contrast tussen het nieuwe verbond en het oude verbond, zoals de HEER met  hun voorvaderen gesloten heeft, is opmerkelijk.  Beide richten zich op het woord ‘nieuw’ en de partikel ‘lo’ (niet). Bovendien zijn er enkele dingen in Jeremia 31:31-34 die dat contrast versterken. Voor zover ik kan nakijken, zijn er tenminste drie belangrijke karakters oftewel elementen, onder andere:

1.1.   Torah[11]

Een van de karakters  van het Nieuwe Verbond, Torah komen in een ander perspectief met het Siniaitische verbond.[12] In het Sinaïtische of het Mozaïsche verbond, was de Torah op twee stenen platen geschreven.  Daarna kreeg Mozes de opdracht van de HEER om die twee stenen platen in de zogenaamde ark van het verbond te laten leggen. Waltke constateert dat dit Gods identiteit is.  ‘God’s attributes’ worden, volgens hem, in deze Tien Geboden samengevat. Sterker nog: het is a central part of God’s self-revelation.[13] Maar in het nieuwe verbond zal de Torah in het hart, leb, worden geschreven en in het binnenste, qeleb, worden gelegd (Jer. 31:33; vgl. 3:16).

Het motief leb en qeleb is zeer opvallend hier. Het is echt de ‘dynamica’ van het verbond van Jahweh. Met andere woorden: er is geen afstand meer tussen de Torah en het volk van God zoals in het Sinïatische Verbond. Want de Torah is nu dichtbij het uitverkoren volk.  Bovendien is die betrokken bij het volk zelf. [14]

De verantwoordelijkheid van de overtreding tegen het verbond zou ook meer persoonlijk kunnen worden (vgl. Jer. 31:29-30). [15] Voor Israël is zo’n motief zeker niet vreemd. Aangezien Mozes, in zijn laatste toespraak/rede met betrekking tot het Sinaïtische Verbond (Deut. 30:6-8), de hartsbesnijdenis onderstreepte. Zo’n hartsbesnijdenis zal Israël meer stimuleren om Yahweh lief te hebben. Want er is toch sprake van liefde tot de Tien Geboden (vgl. Mat. 22:37-40).

1.2.   God-volk

Voordat dit motief ‘God-volk’ in het Nieuwe Verbond voorkomt, komt het al voor in het Verbond van Abraham (Gen. 17:7-8).[16] Hier zien we dat dit element niet nieuw is voor Israël. Toen ze in Egypte waren, kregen ze ook deze belofte (vgl. Gen. 15:13-14). Namelijk: ze zullen Gods volk kunnen zijn en Jahweh is van hen (Ex. 6:7; Lev. 26:12). In Jeremia komt die belofte voor in onder andere Jeremia 24:7; 30:22; 31:1, 33; 32:38).

‘Nationaliteit’ is eigenlijk het kwetsbare issue in het Noorden en het Zuiden. Maar beide moeten rekening houden met de voornaamste belofte: “Ik zal uw God zijn. Dan zult u beseffen dat Ik het ben, de HEER uw God” (zie de bovenstaande verzen).  Want daarvoor werd Israël geroepen zowel door Gods belofte aan Abraham als Gods woord aan Mozes.  God had zijn uitverkoren volk door Mozes uit Egypte geleid. Het nationalisme is niet meer belangrijk. Het is een volk, Jahwehs volk. Óf, beter gezegd: het rijk gaat terug naar de werkelijke ‘theocratie’ voordat Israël Jahweh als koning weigerde (1 Sam. 8:7). Bovendien betekent deze belofte ook dat God het Noordelijke rijk weer naar de intieme relatie met Jahweh terugtrekt.  Uiteraard werd bij de metafoor van Hosea’s huwelijk en bij de benaming van hun kinderen Israël genoemd lo’ ‘ami (niet mijn volk), Hos. 1:10.  Maar nu maakt God duidelijk dat Hij de vader is voor Israel. En Efraim is Zijn ‘oudste’ zoon (Jer. 31:9). Dat is een geweldige relatie tussen Jahweh en Israël.

1.3.   De kennis van Jahweh

In het Sinaïtische Verbond wordt gezegd dat Israël ‘het priestersrijk’ voor Jahweh zou kunnen worden (Ex. 19:6).  Waltke associeert dat met een priester die het publiek bedient als een bemiddelaar voor Gods zegen.[17] Sterker nog: Israël is de vertegenwoordiging van Jahweh in deze wereld.[18] Bovendien moet Israël van God alle volken tot Jahweh te brengen (Gen. 12:3).  De positie van bemiddelaar onderstreept twee belangrijke rollen: teaching the law (Lev. 10:11; Deut. 33:10; Jer. 18:18; Mal. 2:6-7; Hos. 4:1-9). Volgens Wright is dit een hoofdtaak van priesters in het Oude Testament.  Want door hen zal Jahweh bekend worden. De tweede is handling the sacrifices (Lev. 1-7). Met andere woorden: deze taak heeft een dualistische beweging. Namelijk: om de kennis van Jahweh over te brengen en om het offer van Israël tot God op te dragen (Ex. 19:24).[19]

De vraag is of dit het werkelijke ‘priesterrijk’ zou kunnen zijn? Volgens Kwakkel onthult de intentie van het ‘priesterrijk’ (en mede het ‘heilige volk’) dat Jahweh aan Israël een speciale status geeft. Want door die status maakt God later het verschil tussen Israël en haar buurlanden. Ze zullen de intieme relatie met Hem meemaken, evenals Mozes.[20]

Indien wat Wright gezegd heeft, terecht is, dan is de functie van de priester in het Nieuwe Verbond niet meer geldig. Vooral in de verhouding met ‘de kennis van Jahweh overbrengen’ en ‘het offer van Israël tot God opdragen.  Want die kennis is niet meer afhankelijk van de priesters, maar afhankelijk van Jahweh zelf die Israël heeft genomen als de Zijne (Jer. 31:33). Dus door het motief ‘God-volk’ is er sprake van een intieme relatie. En door die relatie zal Israël Jahweh persoonlijk kennen. Dit laat ons ook duidelijk zien dat mensen die betrokken zijn met het Nieuwe Verbond de gezamenlijke erfgenamen zijn van de kennis van Jahweh in hun hart.

1.4.  Sion

Sion komt twee keer in Jeremia 31 voor (vss. 6, 12).  Haar positie is heel strategisch. Efraïm en Juda zouden daar samen bijeen (Jer. 31:6) zijn.  Zo zal Sion ook een plaats worden die vol zal zijn met de blijdschap dankzij de redding van Jahweh (Jer. 31:12). De verhouding met het verbond zou verbonden kunnen met Jeremia 50:5. Men kan zich voorstellen dat in Sion vele volken bijeen komen voordat het verbond met Jahweh gesloten zal worden.

Maar de Jong zag dit anders. Hij vond dat de expliciete context van Jeremia 30-32 de verhouding tussen Sion en het nieuwe verbond zou kunnen vormgeven.  Wat hem betreft gaat het om de betrokkenheid van het Noordelijke Rijk in dat verbond.  Dit is opvallend want het is de tegenstelling van hun houding die geen ruimte gaf aan het Davidische Verbond[21], hoewel Efraïm eerder een deel van David en Sion was.  Zo blijkt bijvoorbeeld in Psalm 78:10.  Daarin wordt Efraims onwil bezongen. Ze schonken geen aandacht aan het verbond van Jahweh, zelfs niet aan de Torah van Jahweh.  Volgens mij wordt hier het Sinaitische verbond bedoeld. Maar deze schandelijke houding,  wordt helemaal niet gehoord in Jeremia 31.

Onder Sions karakter klinkt ook een ander perspectief. Namelijk de unificatie. Volgens de Jong  duidt die perspectief een belangrijke verandering aan. In verband met het Nieuwe en Davidische verbond noemde hij de ‘eenheid’ een schakel. De strekking van eenheid zelf is volgens mij vrij breed. Dat moet niet alleen aan het koninkrijk gekoppeld worden maar ook aan  de welvaart als de redding van Jahweh (Jer. 31:5, 7-8, 10, 12, 14).

Deze visie, is het begrijpelijk.  Maar er moet in overweging worden genomen dat het niet de bedoeling zou zijn, ondanks dat aan de namen Efraïm en Juda een historische scheiding afgeleid kan worden.  Het is al bekend dat in de geschiedenis het Noordelijke rijk werd geleid door de stam Benjamin (1 Sam. 8-10). Later werd het rijk gevormd in de eenheid, toen Abner, betrokken was bij de dynastie van Saul, het initiatief nam.  De bedoeling van Abner was zeker de dynastie van Saul tot eenheid te brengen onder de leiderschap van David (2 Sam. 3-5). Niemand ontkent dat vroeger de dynastie van Saul grote invloed had (2 Sam. 3:1, 6-21). Maar na het verraad van Sauls koninklijk, helpt Abner David te versterken in zijn macht.  Daarna wordt dit verhaal vervolgd door het verbond dat Jahweh met David sloot (2 Sam. 7).

Het andere verhaal van Sion heeft niet alleen te maken met de gewone plaats (Jeruzalem),[22] maar wordt ook Christus gepersonifieerd. [23] Zo’n visie zou sterk dubbelzinnig zijn. Zoals het voorstel van de Jong die de gewichtigheid van Sion naar voren brengt.  Naast de historische reputatie van Sion , speelt ook de eschatologische visie een rol.  Sion is dus heel boeiend.  Vervolgens blijkt uit zijn analyse ook de andere visie achter Sion. De interpretatie daarvan is zeer afhankelijk van Gods belofte aan David die later door zijn opvolger, Salomo (1 Kon. 5-6, 8), vervuld werd. De Jong merkte dat de bouw van de tempel (Ps. 132:13-18) niet alleen de aanwezigheid van God verzekert maar ook  Gods genade schenkt.  Dat betekent dat Sion of een cultisch perspectief heeft óf de verzoening die wordt gehouden in de tempel.

1.5.   Liefde

Drie Hebreeuwse woorden die Gods liefde duidelijk aanduiden zijn Hën, wü´ahábat oftewel ´áhabTîk en Häºsed (Jer. 31:2-3). Wat Hën in het boek Jeremia betreft komt dat alleen in hoofdstuk 31 voor. Dat versterkt dus de intentie van het bijzondere karakter van deze profetie ondanks dat het naar de specifieke  genade van God in de woestijn verwijst.

De woedende God wordt hier niet gezien. Want Israël zal leven zonder straf die met het zwaard vertegenwoordigd wordt(vgl. Ex. 22:24; Lev. 25:26; Num. 14). Zo’n straf, ten opzichte  van het zwaard is zeer opvallend in de boodschap van Jeremia.[24]

Het tweede is wü´ahábat en ´áhabTîk (liefde).  Aan de ene kant stond Israël tegenover het zwaard (de straf) van Jahweh, maar aan de andere kant verduidelijkte Jahweh dat Hij Israël liefheeft.  Het nieuwe verbond bevat de liefde van God.

Het derde woord is Häºsed (Ned.: gunst, goedertierenheid). Dat heeft niet alleen te maken met Jeruzalem (Jer. 2:2) maar ook met Efraïm (Jer. 31:3). Dit is zeer interessant. De andere twee passages van Jeremia (Jer. 9:23 [HB]; 32:18) tonen de vreugde/blijdschap van Jahweh over zijn gunst (vgl. Hos. 6:6). Zijn goedertierenheid wordt nooit onderbroken (Jer. 31:2b). Dat wordt ook in het boek Hosea verduidelijkt. Door dit derde woord is het dus logisch om dit aan Efraïm te koppelen, vooral in verband met het Nieuwe Verbond. Bovendien is er bij al deze woorden, Hën, wü´ahábat oftewel ´áhabTîk en Häºsed, sprake van verzoening.

2.  De ontwikkeling van het verbond?

Het Nieuwe Verbond houdt slechts verband met het Sinaïtische Verbond.  Er zijn ten minste drie dingen die dit versterken.  Alle drie komen in de verzen 31-33 voor.  Ten eerste: “dat Ik met het huis van Israël en het huis van Juda een nieuw verbond sluiten zal” (Jer 31:31b NBG).  Achter deze frase is de kwestie van de eenheid van Israëls huis en Juda’s huis opvallend[25] voordat die eenheid in de laatste tijd van Rehabeam (de zoon van Salomo) gebroken werd (1 Raj. 11:43; 12).

Indien de ‘eenheid’ het Sinaïtische Verbond wordt aangeduid,[26] zou het Nieuwe Verbond een vernieuwing van het oude en het voorwaardelijke verbond (Sinai) genoemd kunnen worden.  Bovendien betekent het Nieuwe Verbond ook een voorwaardelijk verbond. Het zou echter moelijk zijn om dit zo te zeggen want in vers 32 komt het ‘partikel’ lo’ met voorzetsel ke voor. Dit is een zeer  opvallend contrast tussen beide verbonden. Ten tweede is: “[…] het verbond, dat Ik met hun vaderen gesloten heb ten dage dat Ik hen bij de hand nam, om hen uit het land Egypte te leiden (Jer 31:32 NBG)”.  Uiteraard duidt deze zin niet alleen een kwaliteit van het Nieuwe Verbond aan, maar wijst het er ook op dat het Sinaïtische Verbond werd ontkend (Jer. 31:32b). Ten derde: het contrast tussen de Torah en het Sinaïtische Verbond.  In de tijd van het Sinaïtische verbond speelde de Torah een belangrijke rol.[27] Toen de twee stenen platen door Mozes gebroken werden door zijn boosheid, zag hij het religieuze overspel oftewel de politeïstische praktijk van Israël onder de begeleiding van Aäron. God schreef de Torah weer op nieuwe stenen platen. Daarna werden die bij de ark van het verbond gelegd.

Dus bovenstaande drie aanduidingen sporen iemand aan om dit verbond in contact met het Sinaïtische Verbond te brengen. Echter, er moet rekening mee houden worden dat Jeremia 31:31-34 een sterke aanduiding over de ‘superioriteit’ van het Nieuwe Verbond is. Het zou bestempeld kunnen worden als het verbond van genade.

Ten opzichte van andere verbonden: Is er sprake van betrokkenheid van andere verbonden in het Nieuwe Verbond dat Jahweh ooit met Israël gesloten had? Bijvoorbeeld: het verbond met Noach, Abraham en David?  Het is beter als men zou afgaan op het detail van wat in Jeremia 31 gezegd wordt. Ik heb belangstelling  voor enkele opvallende dingen die Jahweh tegen Efraim zei.[28] Jahweh beloofde niet alleen verlossing maar ook de mogelijkheid om beide koninkrijken tot eenheid te brengen. Wat opvallend is, is dat Jahweh hier als een ‘vader’ voor Efraim is. En Efraïm is als Zijn oudste zoon.[29] Zo’n motief kwam eerder voor (Ex. 4:22), toen Israël in Egypte was. In dat geval werd dit  slechts globaal gezegd.  Met andere woorden: die belofte richtte zich op Israëlieten toen ze nog één volk waren. Maar hier komt dat motief c.q. vader-zoon zo gewichtig naar voren (Jer. 31:17-20). Natuurlijk is het belangrijk om over de achtergrond van deze gedachte na te denken. Dit staat zeker niet los van het oorspronkelijke motief van Exodus 4:22 toen dat tegen farao gezegd werd. Vervolgens is het ook belangrijk om te bekijken wat Jahweh heeft gezegd in Hosea 1:10. Daarin wordt Efraïm samen met Juda genoemd. Ze zullen door één leider geleid worden. Dit stemt natuurlijk overeen met het refrein van Efraïm-Juda in Jeremia 31. Bovendien komt het motief khesed zeer opvallend naar voren zowel in het boek Hosea als in Jeremia 31 (zie vs. 3).

Om de mogelijkheid van eenheid van beide koninkrijken die in de toekomst door één koning geregeerd worden serieus te nemen, is een aanduiding van het Davidische Verbond[30] vrij moedig en speculatief. Men zou er alleen naar kunnen gissen maar mag het niet opdringen. Naast de eschatologische leider gaat men over tot een andere mogelijkheid. Namelijk het motief vader-zoon (Jer. 31:9).  Dat geeft een kleine aanzet tot een verhouding tussen Hosea 1:1o, Jeremia 31:9 en zeker ook 2 Samuel 7:14. Maar zo’n argument lijkt niet sterk genoeg om zowel de verhouding als de continuïteit van beide verbonden te overtuigen. Het lijkt me goed om te zeggen dat Hosea 1:10 en Jeremia 31:9 met elkaar overeenstemmen en 2 Samuel 7:14 apart is. Want beide zijn meer gezamenlijk dan afzonderlijk. Denken we aan Efraïm in eerste instantie, dan begrijpen we dat het Noordelijke Rijk bedoeld zou worden.

Maar om beide verbonden naast elkaar te leggen, raadpleegt Waltke het andere aspect van de Torah. Volgens hem is het Davidische Verbond al onvoorwaardelijk. Er is toch geen toestemming voor de nakomelingen van David om zulke dingen die strijdig zijn met de Torah en voorschriften te doen.  Ze moeten de tucht  die gebaseerd is op de Torah handhaven.  Hij voegde toe dat de zegen van Jahweh afhankelijk is van de gehoorzaamheid van het Sinaïtische Verbond.[31] In het kader van de futuristische horizon oftewel de scala van het Davidische Verbond, zegt Waltke dat het  o.a. tien zegens bevat.  Drie zegens werden vervuld in de tijd van David. Vier werden vervuld in de tijd van Salomo en de overige (drie zegens) zijn nog niet vervuld.  Ze zijn de familie (het motief: vader-zoon), het koningschap en de troon.[32] De koninklijke nuance en de troon komen in Psalm 2 voor. Deze Psalm geeft de sterke uitdrukking aan het zogenaamde motief vader-zoon. Volgens de Jong heeft het woord zoon (Ps. 2:7) geen ‘lichamelijke’  betekenis. In dit geval is de ‘zoon’ Jahwehs belofte zelf.  Bovendien is het woord ‘beslissing’ khoq (Mzr. 2:7), volgens de Jong: “ligt dit dicht tegen het woord verbond aan, de term die aan de toezegging aan David gegeven is”.[33] Met andere woorden, zo zegt de Jong, Psalm 2 heeft indirect te maken met 2 Samuel 7:16.

Het andere voorstel is het woord koninkrijk weer naar voren te brengen. Vooral in het Sinaïtische Verbond. Het is al bekend dat het koninkrijk met de priesters te maken heeft. Dus het heeft niet zozeer te maken met het koninrijk waarmee het Davidische Verbond bedoeld werd(2 Sam. 7). ‘Het priesterrijk’ en ‘het heilige volk’ (Ex. 19:5-6) zijn niet anders dan een identiteit oftewel een status die door Jahweh aan Israël gegeven zal worden. Door die status zou Israël onderscheiden worden van haar buurlanden. Bovendien constateren deze twee dingen een verbondenheid met Jahweh. Israël heeft toestemming om Jahweh te ontmoeten.[34] Indien de Israëlieten het bevel opvolgen, zullen ze het uitverkoren volk óf segulla van Jahweh kunnen worden (Ex. 19:5-6).[35]

Het andere voorstel van de Jong, dat gaat over  de verhouding tussen het Nieuwe en Davidische verbond, is de inhoud van beide verbonden. Zowel het Nieuwe als het Davidische verbond stemt  volgens hem  inhoudelijk overeen.  Beide verkondigen de werkelijke vergeving van de zonde.  En dat zal immers gebeuren bij de tempelbouw en in de verzoeningsdienst, die in de Sion moeten plaatsvinden.[36] Tot zo ver traceren we de visies rondom de mogelijkheid van de verhouding tussen het Nieuwe Verbond met het Sinaïtische Verbond en ook het Davidische Verbond.

Naast het Sinaïtische en Davidische verbond zijn er nog twee die besproken moeten worden.  Namelijk: het verbond van Noach en het verbond van Abraham.  Het ligt voor de hand dat men Jeremia 31:27 vooral het woord zera ’adam het vertrekpunt moet nemen. ‘The offspring of men’ (NIV) [37] is een neutrale term hier. Want de specifieke combinatie  tussen zera en Israël (en ook af en toe met David) komt in Jeremia 23:8, 31:36,37; 33:22, 26  voor . Het is opvallend dat Jeremia het woord ’adam (Adam [afzonderlijk] óf mens [gezamenlijk] met zera koos en combineerde. Zouden we the seed of Adam óf the seed of men moeten vertalen? ‘Adam’ is natuurlijk moeilijk te begrijpen ondanks dat in Jeremia 33:26 de namen Abraham, Isaak, Jakob en David genoemd worden. Holladay zegt dat dit een metafoor is. Aangezien hij in deze frase verwijst naar Hosea 2:25. Daarin speelt het idee dat Jahweh re-sowing het land is, een rol.[38] Het is begrijpelijk als hij dit zo zegt. Want hij maakt geen onderscheid tussen zera ’adam en zera behema.  Daarom koppelt hij dit ook niet alleen aan Hos. 2:25, maar ook  aan Hosea 2:20.

In het kader is het natuurlijk ook moeilijk te begrijpen  als wij ons alleen tot Efraïm en Juda beperken.  We weten dat de ‘nakomeling[en]’ (zera) een van de drie toezeggingen zijn, die Abraham toegezegd werden. Namelijk: het land, de nakomeling en zegen (Gen. 12:1-3).  In Genesis 15, 17, 18 worden deze drie ook genoemd. Uiteraard heeft zera een dubbelzinnige betekenis c.q. afzonderlijk en gemeenschappelijk. Met andere woorden: zera verwijst naar Isaak en de vele nakomelingen van Abraham.

In Jeremia 30-33 komen enkele verzen voor die verband houden met Israël opdat moment en Israël in profetische context.  Dat zou kunnen teruggaan (Jer. 23:8), naar waar de nadruk op Jer. 31:1, 4, 8, 10 gelegd wordt.  De nakomelingen van Israël zullen  weer uit ballingschap gebracht worden (vanuit het Noordelijke Land), Jeremia 3:18; 16:15.[39] De straf die uit het noordelijke land toegelaten werd door Jahweh. Het verwijst naar Nebukadnezar (Jer. 25:9; 50:9, 41, 48).  Hij wordt als volgt geidentificeerd: “Een prachtig koekalf is Egypte; een horzel uit het Noorden komt er op af” (Jer. 46:20 NBG) Israel gaat naar haar land terug! Wat het Verbond van Noach betreft, is het kort gezegd, dat er geen sterk aanduiding is.

3. De bekrachtiging van het verbond?[40]

In het OT is er duidelijke informaties over de ratificatie van het verbond. Bijvoorbeeld bekrachtigde  Mozes het verbond in het land Moab (Deut. 29). Zijn opvolger, Jozua, deed dat ook in Sichem (Joz. 23-24).  En na de ballingschap bekrachtigden Ezra en Nehemia wéér het verbond (Ezr. 10:3; Neh. 9:38).[41] Waltke was van mening, dat het Nieuwe Verbond een ratificatie was.

Is er sprake van een ratificatie in dit verbond?  Er zijn tenminste twee kwesties die naar voren gebracht moeten worden omtrent dit ratificatieverbond.  Ten eerste, welk verbond zou bekrachtigd moeten worden? Dit houdt verband met de verbonden die Jahweh gesloten heeft. Het heeft ook te maken met de kwalificatie van het verbond.  Met andere woorden: of dat verbond voorwaardelijk of onvoorwaardelijk is. Ten tweede, hoe moet de bekrachtiging van het verbond behandeld worden?

In feite wordt het Sinaïtische verbond  altijd geratificeerd. Dat zal gebeuren als Israël blijft kiezen om tegen het verbond in te gaan. Want nadat het gesloten werd, zien we hoe omging Israël met de overtreding. Ze hebben niet meer aan het verbond gedacht ondanks dat ze hebben erkend en dat ze bereid waren om het uitverkoren volk te worden. Ze beloofden zelfs Jahweh te aanvaarden als hun God. Echter, de tragedie ‘stierkalf’ laat ons zien dat ze nog niet klaar waren  om dit te accepteren. Bovendien worden ze ook helemaal nog niet getoetst. De frase: “Israël, dit is de god die u uit Egypte heeft geleid” (Ex. 32:4 W95) beeldt een verloochening van Jahweh af.  De afmeting van die zin is buiten het geloof van Israël zelf.  Dus achter de ratificatie is een opzettelijke en serieuze overtreding tegen God en zijn verbond.

Mozes, Jozua en Ezra-Nehemia zagen dit als het enige motief om dat te doen.  Ze noemden weer de daden van Jahweh voor Israël toen Israël in Egyptë en in de woestijn was. Die daden van Jahweh moeten beschouwd worden als rede om het verbond te gehoorzamen en te huldigen. Want Hij heeft vele wonderbare dingen tijdens hun uittocht en intocht gedaan.  Dat was genoeg bewijs voor Israël om zich ervan te overtuigen dat Jahweh trouw is.  Jahweh heeft zelfs het verbond met Abraham volmaakt.[42] Tot zover komt de overtreding alleen bij het voorwaardelijke verbond voor. [43]

Het voorwaardelijke verbond loopt altijd risico.  Hoewel beide partijen het van tevoren het eens zijn om de maatregelen te gehoorzamen, kan toch een partij de afspraken niet houden.  Een voorbeeld hiervan is toen aan Israël de inhoud van het verbond voorgelezen werd door Mozes .  Na afloop van de toelichting van Mozes, sloot Israël het verbond met Jahweh. Ze betuigden eenstemming: “Alle woorden die de HEER tot ons gesproken heeft, zullen wij onderhouden” (Ex. 24:3 W95; zie ook 24:7). Hun bereidheid is dus in overeenstemming met wat door Jahweh gevraagd werd: “Als u naar mijn woord luistert en mijn verbond onderhoudt […]” (Ex. 19:5 W95). Echter, na afloop van deze eed koos Israël ervoor om dat verbond te loochenen.  Israël is zich er bewust van dat ze een van de substanties van het Sinaïtische Verbond overtrad. Toen ze het‘gegoten kalf’ (Ex. 32:4) [44] maakten verwezen ze ernaar dat het gegoten kalf,  hun leidende ‘God’ uit Egyptë is Israël loochende de aanwezigheid en de betrokkenheid van Jahweh in hun verlossing.   Wij kunnen uit deze tragedie leren  hoe belangrijk het element van het verbond  is , namelijk de gehoorzaamheid tot dat verbond zelf. Aangezien dit  de sleutel is. Yahweh was bereid om Zich een verbond te  sluiten. Hij deed wat heeft Hij ooit beloofd. Israel was echter ontrouw. Bij het Sinaitische verbond kunnen we dit zien:  Jahwehs trouw en Israels ontrouw.  De primaire eis van dit verbond is vertrouwen op Jahweh.  Indien ze richten zich naar de woorden van Jahweh, verkrijgen het uitverkoren volk wat Jahweh beloofde (zie Ex. 19:6).

Hier komt een opvallende vraag naar voren:  Is het Nieuwe Verbond een initiatief van Jahweh om Sinaïtische Verbond te bekrachtigen? In de frase “Niet zoals het verbond, dat Ik met hun vaderen gesloten heb ten dage dat Ik hen bij de hand nam, om hen uit het land Egypte te leiden: mijn verbond, dat zij verbroken hebben […]” (Jer 31:32 NBG) komt die aanduiding namelijk voor.  Het Sinaïtische Verbond werd inderdaad geloochend maar de nadruk van Jeremia 31:31 duit absoluut op het Nieuwe Verbond waar geen ratificatie/bekrachtiging van het oude was.

Door twee opvallende woorden  ‘nieuw’ en ‘niet zoals’ zou gezegd kunnen worden dat het Nieuwe Verbond  geen verhouding met het Sinaitische verbond heeft ondanks de Torah die bij beide verbonden niet veranderd is.  De Torah wijst niet iets zichtbaars aan, maar het heeft te maken met iets dat onzichtbaar of geestelijk is. Een voorbeeld dat hier zou kunnen passeren is Matteüs 5:21-48.  Daarin legde de Here Jezus de nadruk op een ander perspectief van de Tien Geboden.  Neem een concreet voorbeeld aan: het zesde gebod “Gij zult niet doodslaan” (Deut. 5:17, NBG).  “Doodslaan” heeft niets meer te maken met ‘bloed’, maar met ‘haat’.  Óf een ander voorbeeld: ‘overspel’ (Deut. 5:18).  Het gaat over het begeren van  een vrouw.  Deze twee voorbeelden zijn echt in overeenstemming met het motief van leb van dit verbond. Bovendien komt het Hebreeuwse werkwoord karat[45] hier voor. Dat woord wordt nooit gebruikt voor ratificatie.  Het is dus zeker dat dit woord een nieuw verbond aanduidt.

4. Het laatste verbond

Het is al duidelijk dat er geen ander verbond genoemd wordt nadat het verbond met Abraham, Noach, Mozes, David en het nieuwe verbond gesloten werd. [46] Indien we de Bijbelse gegevens over de verbonden lezen, dan moeten we goed beoordelen welke daarvan hoort bij het initiatief van Jahweh om het verbond weer te sluiten.  Want af en toe bespreken Bijbelboeken alleen de ratificatie van het verbond zelf. In een andere gedeelte van de bijbel, bijvoorbeeld het boek Psalmen (Ps. 89:4, 40; 105:8, 10), schenkt de psalmist aandacht aan het verbond in dedienst. Ze hebben het verbond met Jahweh bezongen en gevierd in de tempel. Want het de verkiezing, de bevrijding van de slavernij van Jahweh zelf en de bijzondere status als uitverkoren volk. Zo’n manier  is zeer invloedrijk en aantrekkelijk om het volk zich te laten herinneren hoe belangrijk het verbond met Jahweh voor hen is.  Door het verschil tussen het nieuwe en andere verbond, zet dat de feiten uiteen dat Jahweh het initiatief serieus neemt om wat Hij begonnen is met Israël, vooral met Abraham, Mozes en David, duidelijk te maken. Uiteraard sloot Hij zijn verbond niet slordig en tegenstrijdig. Hij controleert dat verbond voortdurend. Want het heeft een doel zoals Hij heeft beloofd, het wordt niet alleen gericht tot het uiterlijk maar tot de geest.  Israël wordt ook gewaarschuwd om niet zo gefascineerd te zijn op de uiterlijke opvoering als uitverkoren volk. Want ze zijn alleen het instrument in Gods hand om zijn verbond te voltooien.

Waltke komt met een andere visie over de consummatie van dit verbond. Hij schenkt aandacht aan het zinnetje “want zij allen zullen Mij kennen” (Jer 31:34 NBG) als teken daarvan. Hij voegde niet alleen Joods maar ook heidens  toe als een implicatie van het woord ‘zij allen’. [47] ‘Zij allen’ zullen Jahweh kennen door drie evenementen.  Namelijk de kruisiging van de Here Jezus,  de ‘wedergeboorte’ van de mensen die bij dit verbond horen en de universele regering van de Here Jezus. Bovendien constateerde hij dat ‘het bloed’ waarmee gesprenkeld wordt door de bemiddelaar van beide verbonden (Sinaïtisch en Nieuw) een groot teken is.  In het Sinaïtische verbond sprenkelde Mozes het bloed van dieren.  Echter, in het Nieuwe verbond zei de Here Jezus zelf dat zijn bloed het bloed van het verbond was (Mat. 26:28; Marc. 14:24; vgl. Heb. 10:11).  Henk de Jong leidde hier uit af dat het Nieuwe Verbond dat God met zijn volk (Efraïm en Juda) gesloten had het verbond van Christus met zijn gemeente is.[48] Dat is zijn antwoord op de consummatie hiervan. Namelijk: op Christus gericht.

Ter afsluiting

“Yahweh the God of Israel, Israel the people of Yahweh” (Wellhausen. [citaat van Hayes & Prushner, Old Testament Theology, 258])

Dit verbond is nieuw.  Ondanks dat de inhoud die toegevoegd wordt schijnbaar oud is.  Echter door dit bijvoeglijk naamwoord kunnen we een paar punten noemen:

–         Er zijn de verschillende kanten van dit verbond: de Torah, God-volk, Sion en de kennis en de liefde van Jahweh. De opmerkelijke inhoud maakt echter een groot verschil.  Indien je je aandacht niet alleen tot vss. 31-34 richt, zie je veel variaties binnen de inhoud.  Ze zijn niet automatisch aan het Sinaïtische Verbond gekoppeld.

–         Ik denk dat we bij de ‘overeenstemmingen’ van de verbonden  ook  te maken hebben met verschillen(zie b.v. de Torah).  Op zich is dit verbond zelfstandig geworden  ondanks dat veel elementen ‘herhaling’ genoemd zouden kunnen worden.

–         Het lopende proces van dat verbond, waarop op de yiqtol-vorm gebaseerd (Jer. 31:31, 33) is, constateert het futuristische aspect. Er kan ook gezegd worden dat dit het laatste verbond is.

–         In de context van Jeremia 30-32 zou dit verbond als genadeverbond bestempeld kunnen worden.

——————————————————————————————————

Literatuurlijst:

de Jong, Henk, Van oud naar nieuw2, Kampen: KOK, 2003

Hayes, J.H and Frederick Prussner, Old Testament Theology: Its history & Development, Atlanta: John Knox, 1985.

Holladay, W.L., Jeremia 2 in Hermenia, Minneapolis: Fortress Press, 1989.

Kutsch, E., berit, in TLOT 1.

Kwakkel, Gert, Verbonden in Genesis in Verrassend vertrouwd, Franeker: Van Wijnen, 2009.

—————–, Sinaitic covenant (afdruk)

McConville, G.J. berit, in NIDOTTE I.

Routledge, Robin, Old Testament Theology, Nottingham: Apollos, 2008.

Vriezen, Th.C., en A.S. van der Woude, Oudisraëlitische en vroegjoodse literatuur11, Kampen: KOK, 2005

Waltke, Bruce, An Old Testament Theology, Michigan: Zondervan, 2007.

Weinfeld, M., berit, in TDOT 2.

Wright, C.J.H., The Mission of God, Illinois: IVP Academic, 2006.


[1] Bijvoorbeeld H. de Jong, Van oud naar nieuw,2 Kampen: KOK, 2003; Bruce K. Waltke, An Old Testament Theology, Michigan: Zondervan, 2007; Robin Routledge, OT theology, Nottingham: Apollos, 2008; Gert Kwakkel, Verbonden in Genesis, in Verrasend vertrouwd, Franeker: van Wijnen, 2009 en ook Sinaitic covenant (afdruk).

[2] zie C.H.J. Wright, Old Testament Missiology

[3] McConville citeert Gerlemans visie die het woord berit aan de wortel brr koppelt (NIDOTTE vol. 1, p. 747). brr betekent “something specially set apart”.

[4] zie E. Kutsch, TLOT vol. 1, p. 257.

[5] zie M. Weinfeld, TDOT vol. 2.

[6] G.J. McConville, NIDOTTE I, p. 747

[7] zie Th. Vriezen en A.S. van der Woude, Oudisraelitische en vroegjoodse literatuur, blz. 272.

[8] Tremper Longman III and Raymond B. Dillard, An Introduction to the OT, p. 333. Volgens Vriezen en v.d. Woude zijn deze drie passages uitzondering van het deel van Jeremia 26-35.  Ze noemen ook deze passages ‘de rol van Baruch’. (Th. Vriezen/A.S. van der Woude, Oud Israëlitische en vroegjoodse literatuur, blz. 273).

[9] Th. Vriezen/A.S. v.d. Woude, Oud Israëlitische en vrogejoodse literatuur, blz. 273.

[10] William L. Holladay, Jeremia I, in Hermeneia, p. 9.

[11] In het begrip van de Tien Geboden.

[12] Daar vond H. de Jong dat het evangelie van de vergeving der zonden gebonden wordt. H. de Jong, Oud-Nieuw, blz. 156; vgl. Rom. 8:10 “het woord des geloofs” (NBG ’51).

[13] B.K. Waltke, Old Testament Theology, p. 413.

[14] Waarschijnlijk parafraseerde Paulus dit karakter toen hij zei: “Nabij u is het woord, in uw mond en in uw hart, namelijk het woord des geloofs […]” (Rom 10:8 NBG ‘51).

[15] Het motief van het hart in Jer. 32:39-40 houdt ook verband met ‘vrees des Here’.

[16] Hoewel Jahweh op dat moment alleen benadrukte dat “Hij zal God zijn [voor hen].’

[17] Waltke, Old Testament, p. 407.

[18] C.J.H. Wright, The Mission of God, (Illionis: IVP Academic, 2006), p. 330.

[19] C.J.H. Wright, The Mission of God, p. 330-31; zie ook G. Kwakkel, The Narrative, p. 5.

[20] Kwakkel, The Narrative, p. 5. In die context (Ex. 19) werd Israël, behalve Mozes, helemaal niet toegestaan om Jahweh te ontmoeten.

[21] H. de Jong, van oud naar nieuw, blz. 153.

[22] H. de Jong, van oud naar nieuw, blz. 102, 131.

[23] H. de Jong, van oud naar nieuw, blz. 103.

[24] Jer. 5:17; 6:25; 9:16; 11:22; 14:18; 15:2-3, 9; 16:4; 18:21; 19:17; 20:4; 21:7, 9; 25:16, 27, 29, 31, 38; 27:8, 13; 29:17, 18; 31:2; 32:24, 36; 33:4; 34:4, 17; 38:2; 39:18; 41:2; 42:16, 17, 22; 43:11; 44:12, 13, 18, 27-28; 46:10, 14, 16; 48:2; 49:37; 50:16, 35, 36-37, 38; 51:50

[25] Ik kies ervoor om deze letterlijke vertaling te verdedigen, hoewel dit een metafoor van zowel het Noordelijke en Zuidelijke rijk is.

[26] Zie Waltke, An Old Testament Theology, p. 438.

[27] Zie punt 3.1.

[28] In het Nieuwe Verbond wordt Efraïm samen met Juda genoemd. In dit geval heeft Efraïm geen dubbelzinnige betekenis. Het is genoeg voor Jeremia om met Efraïm naar het Noordelijke Rijk te verwijzen.

[29] De wederkerige frase zoals: “Ik zal hun God zijn, en zij zullen mijn volk zijn. (Jer 31:33; vgl. 31:1, W95)”, “Ik zal een vader voor hem zijn en hij zal mijn zoon zijn” (2 Sam. 7:14 W95); en “Ik ben immers Israëls vader en Efraïm is mijn eerstgeborene” (Jer. 31:9 W95) zijn het kenmerkende verbond. Men zou acht te slaan op die frases.

[30]De toezegging over de nakomeling van David, die koning zou worden en ook op de troon zou komen tot in eeuwigheid, zou de continuïteit van dat koninkrijk aantonen (zie 2 Sam. 7:16).

[31] Waltke, p. 661.

[32] Walkte, p. 661.

[33] Henk de Jong, p. 140.

[34] Kwakkel, The Sinaitic Covenant, p. 5-6.

[35] Segullah is zeer een opmerkelijk woord. Dat betekent het koninklijke bezit. Óf beter gezegd: het bezit van de koning, 2 Kron. 29:3 en Pred. 2:8 (zie Kwakkel The narrative, p. 3-4, Routledge, Old Testament Theology, p. 226; Waltke , p. 407).

[36] H. de Jong, Van Oud naar nieuw, blz. 153.

[37] vgl. ‘the seed of humans’ (CJB)

[38] W.L. Holladay, Jeremia, p. 196.

[39] Wat het noordelijke gebied betreft, is het in verhouding met het visioen van Jeremia (Jer. 1:13). “Een gloeiend hete kookpot die vanuit het noorden overhelt” betekent een werkelijke straf van Jahweh die zal gerealiseerd worden (Yer. 1:14-16; 4:6; 6:1, 22; 10:22; 50:3)

[40] Waltke vergewiste zich ervan dat de Torah die hier genoemd wordt en waarbij zijn substantie niet veranderd, naar de Tien Geboden verwijst.

[41] Waltke, An Old Testament Theology, p. 437.

[42] Het gaat over Jahwehs belofte dat de nakomelingen van Abraham de slaven en slavinnen in Egyptë zullen worden zijn.  Maar Jahweh had beloofd ook dat Zijn verkoren volk zal gered kunnen worden en Hij zal Egypte(naren) strafen.

[43] Een van de visies van H. de Jong (zie van Oud naar Nieuw, blz. 104) die door Kwakkel worden afgewezen is “voorwaardelijk” en  “onvoorwaardelijk”. Volgens Kwakkel en ook volgens H. de Jong is er een element van onvoorwaardelijk in voorwaardelijk, of andersom. Maar Kwakkel let op dat: “Volgens mij is het beter niet kortweg te spreken over een voorwaardelijk of een onvaardelijk verbond, maar per geval nauwkeurig te omschrijven wat de voorwaardelijke en de onvoorwaardelijke elementen in een berit of een verbond zijn”. G. Kwakkel, Verbonden in Genesis, in Verrassend vertrouwd, blz. 130.

[44] G. Kwakkel, The Sinai Covenant in the Narrative of the Book of Exodus, [unpblished], p. 11; zie ook Waltke, Old Testament Theology, p. 437.

[45] Zie Kwakkel voor de informatie daarover (Kwakkel, Verplichting of relatie, blz. 123-124).

[46] In de Pseudepigrapha, b.v. in 4 Barukh 6:21 en The Testament of Moses (TMO) 1:1, werd alleen het verbond van Abraham, Isaak, Jacob en Mozes genoemd.

[47] Waltke, Old Testament Theology, p. 443.

[48] H. de Jong, Oud naar nieuw, blz. 152.

catatan: gambar diambil dari: http://www.crosstocrownministries.org/media/


Aksi

Information

Tinggalkan Balasan

Please log in using one of these methods to post your comment:

Logo WordPress.com

You are commenting using your WordPress.com account. Logout / Ubah )

Gambar Twitter

You are commenting using your Twitter account. Logout / Ubah )

Foto Facebook

You are commenting using your Facebook account. Logout / Ubah )

Foto Google+

You are commenting using your Google+ account. Logout / Ubah )

Connecting to %s




%d blogger menyukai ini: